De laatste weken staat het stuk Tetras van Xenakis op ons programma. Een behoorlijke uitdaging, alleen al om te ontcijferen wat er ongeveer van je verwacht wordt. Daarbij komt nog de fysieke inspanning: verzuurde armen, suizende oren en blaren op onze vingers, we moeten het allemaal doorstaan.
Je zou denken dat dit stuk zo’n beetje het moeilijkste is wat je als strijkkwartet kunt doen. Toch valt dit reuze mee, als je tenminste goed bent in bluffen. Omdat het in feite onmogelijk is om alles te spelen wat er staat, ook al doe je nog zo je best, is het beter om je pijlen te richten op het werkelijke doel van het stuk: het gebaar. Hoe overtuigender onze gebaren, hoe beter de muziek van Xenakis uit de verf komt. Het grijpt je bij de keel, is vervreemdend en verontrustend. Het zijn grootse gebaren, gebaren waar je als luisteraar niet omheen kunt.
Naast Xenakis spelen we ook Mozarts strijkkwartet in Bes, KV 589. Noten die we van blad kunnen lezen, muzikaal zeer voor de hand liggend, met melodieën die zo simpel lijken dat je ze zelf had kunnen bedenken. ‘Knap hoor’, zegt ons publiek vaak na afloop, ‘prachtige muziek, maar niets opzienbarends.’ Waarna ons meestal gevraagd wordt hoe lang we met Xenakis bezig zijn geweest, want ‘dat lijkt me toch zo verschrikkelijk moeilijk!’
Wat zou het leuk zijn als er iemand naar ons toe zou komen die zou zeggen: ‘Xenakis was wel aardig, maar die Mozart, wat zullen jullie daar een tijd in hebben gestoken.’ Die persoon zou het bij het rechte eind hebben. Niets is moeilijker dan de muziek van Mozart de betekenis geven die ze verdient. Onze beroemde kwartetdocent Eberhard Feltz leerde ons over Mozart: ‘Hij kende alle diepe dalen van het leven, maar hij viel er nooit in.’ Dat is het geheim bij Mozart: onder de oppervlakte zit een oneindige diepte die heel moeilijk te vatten is.
Over sommige componisten wordt gezegd dat je hun muziek beter niet voor een bepaalde leeftijd kunt spelen, bij gebrek aan levenservaring. Daarmee wordt meestal bedoeld dat je onvoldoende nare dingen hebt meegemaakt om de emoties van de desbetreffende componist te kunnen begrijpen. Maar het tegendeel is waar. Kun je je na een bepaalde leeftijd nog echt voorstellen hoe de opwinding voelt om morgen jarig te zijn? Of om tijdens een concert met Xenakis in slaap te vallen (we maakten het vorige week nog mee), omdat je je als driejarige veilig voelt naast je moeder?
Xenakis is niet het moeilijkste wat er is. Als we in staat zijn om het eenvoudige geluk in de muziek van Mozart te laten horen, dan hebben we pas echt een prestatie neergezet.
Ter vergelijking: Xenakis en Mozart
